Zeil Diploma’s

Diploma’s

Sinds 2001 is Zeilschool Eendracht aangesloten bij de Commissie Watersport Opleidingen (CWO). Dit opleidingsorgaan is speciaal voor de kwaliteits controle en de harmonisering in eisen van elk diploma.

Er zijn 5 CWO-diploma’s te halen bij de zeilschool. Waarvan er drie voor de cursisten (CWO I/II/III) en twee voor de instructeurs (CWO IV/V). Daarnaast zijn er twee oorkondes te bemachtigen voor de cursisten.

  • Diploma CWO Kielboot I
  • Diploma CWO Kielboot II
  • Diploma CWO Kielboot III
  • Oorkonde Beginnend Gevorderd Zeiler
  • Oorkonde Gevorderd Zeiler

Diploma Kielboot I voor de beginnende zeiler

Deze opleiding is bedoeld voor mensen die nog nooit gezeild hebben. Tijdens de opleiding wordt men systematisch de beginselen van het zeilen bijgebracht. Het diploma omvat de eenvoudige basisvaardigheden zoals het hijsen en strijken, het sturen, de bediening van de zeilen en het overstag gaan. Daarbij aangevuld met bijbehorende theorie over veiligheid en enkele vaarregels op het water. Dit alles onder gunstige omstandigheden; een rustig vaarwater en een matige wind (3 Beaufort).

Eisen praktijk

  1. Het schip zeilklaar en nachtklaar maken.
  2. Verhalen van het schip.
  3. Stilliggend hijsen en strijken van de zeilen.
  4. Stand en bediening van de zeilen.
  5. Sturen, roer- en schootbediening.
  6. Overstag gaan.
  7. Opkruisen in breed vaarwater.
  8. Gijpen.
  9. Afvaren van hoger wal.
  10. Onder toezicht aankomen aan hoger wal.
  11. Afmeren op de eigen ligplaats.
  12. De noodzaak van het reven onderkennen.
  13. Toepassing van de reglementen.

Eisen theorie

  1. Schiemanswerk.
  2. Zeiltermen.
  3. Onderdelen.
  4. Veiligheid.
  5. Reglementen.
  6. Krachten op het schip en hun gevolgen.

 


 

 Diploma Kielboot II, een prima vervolg

Cursisten die deze opleiding willen volgen, worden verondersteld de beginselen van het zeilen, zoals behandeld in Kielboot I, te beheersen. Het diploma omvat naast de eerder genoemde basisvaardigheden (Kielboot I) ook manoeuvres zoals opkruisen, aankomen aan hoger wal en man over boord, aangevuld met bijbehorende theorie. Alles onder redelijke omstandigheden, niet te druk vaarwater, tot windkracht 4 Beaufort.

Eisen praktijk

  1. Het schip zeilklaar en nachtklaar maken.
  2. Verhalen van het schip.
  3. Stilliggend hijsen en strijken van de zeilen.
  4. Stand en bediening van de zeilen.
  5. Sturen, roer- en zwaardbediening.
  6. Overstag gaan.
  7. Opkruisen in nauw vaarwater.
  8. Gijpen en gijpen kunnen vermijden.
  9. Afvaren van hoger wal.
  10. Aankomen aan hoger wal (onder alle omstandigheden).
  11. Afmeren van het schip.
  12. Kunnen reven op het eigen schip.
  13. Toepassing van de reglementen.
  14. Man over boordmanoeuvre.
  15. Loskomen van aan de grond.

Eisen theorie

  1. Schiemanswerk.
  2. Zeiltermen.
  3. Onderdelen.
  4. Veiligheid.
  5. Reglementen.
  6. Krachten op het schip en hun gevolgen.
  7. Gedragsregels.
  8. Weersinvloeden.
  9. Vaarproblematiek andersoortige schepen.

 


 

Diploma Kielboot III, voor de zeiler

Het zelfstandig kunnen varen van een dagtocht is één van de einddoelen van deze opleiding. Het diploma omvat zowel de basis- als de gevorderdenmanoeuvres zoals aankomen aan hoger wal én lager wal, ankeren, loskomen van de grond. Ook de theorie sluit bij het gevorderdenniveau aan. Dit alles onder redelijke omstandigheden en tot en met windkracht 6 Beaufort.

Eisen praktijk

  1. Het aanslaan van de zeilen.
  2. Het schip zeilklaar maken en klaarmaken voor de nacht.
  3. Verhalen van het schip.
  4. Hijsen en strijken van de zeilen zowel stilliggend als varend.
  5. Stand en bediening van de zeilen.
  6. Bovenwinds gelegen punt kunnen bezeilen.
  7. Opkruisen in nauw vaarwater.
  8. Gijpen en gijpen kunnen vermijden.
  9. Afvaren van en aankomen aan hoger wal.
  10. Man over boordmanoeuvre.
  11. Aankomen aan lager wal.
  12. Afmeren.
  13. Kunnen reven op het eigen schip.
  14. Eenvoudig ankeren.
  15. Eenvoudige zeil- en scheepstrim.
  16. Loskomen van aan de grond.
  17. Bedienen van een binnen- of buitenboordmotor.
  18. Schiemanswerk.
  19. Aanvarings/achtergrondspeiling kunnen maken.
  20. Toepassing van de reglementen.
  21. Terminologie.

Eisen theorie

  1. Schiemanswerk.
  2. Zeiltermen.
  3. Onderdelen.
  4. Veiligheid.
  5. Reglementen.
  6. Krachten op het schip en hun gevolgen.
  7. Gedragsregels, vlagvoering en jachtetiquette.
  8. Weersinvloeden.
  9. Vaarproblematiek andersoortige schepen.
  10. Dagelijks onderhoud van het eigen schip.
  11. Het kennen van twee andere reefsystemen dan die op het eigen schip.

 


 

Oorkonde Beginnend Gevorderd, voor de gevorderde zeiler

Het zelfstandig kunnen varen van de boot. De basismanoevres totaal onder controle hebben en gevorderdenmanoevres bijna helemaal beheersen. In deze week wordt veel getraind om alles perfect onder de knie te krijgen. Ook de theorie sluit bij het gevorderdenniveau aan. Dit alles onder omstandigheden en tot en met windkracht 6 Beaufort.

Eisen praktijk

  1. Aanslaan van de zeilen.
  2. Schip zeilklaar maken en klaarmaken voor de nacht.
  3. Verhalen van het schip.
  4. Hijsen en strijken van de zeilen zowel stilliggend als varend.
  5. Stand en bediening van de zeilen.
  6. Bovenwinds gelegen punt kunnen bezeilen.
  7. Opkruisen in nauw vaarwater.
  8. Gijpen en gijpen kunnen vermijden.
  9. Afvaren van en aankomen aan hoger wal.
  10. Man over boordmanoeuvre kunnen uitvoeren.
  11. Wegvaren van en aankomen aan lager wal.
  12. Afmeren.
  13. Kunnen reven op het eigen schip.
  14. Ankeren en anker op gaan.
  15. Varen in kanalen, passeren van bruggen en sluizen.
  16. Doelmatigheid in vaargedrag vertonen.
  17. Zeil- en scheepstrim.
  18. Loskomen van aan de grond.
  19. Bedienen van een binnen- of buitenboordmotor.
  20. Schiemanswerk.
  21. Aanvarings-/achtergrondpeiling kunnen maken.
  22. Toepassing van de reglementen.
  23. Terminologie.

Eisen theorie

  1. Schiemanswerk.
  2. Dagelijks onderhoud van het eigen schip en de binnen- dan wel buitenboordmotor.
  3. Scheepsbouw, materialen en onderdelen.
  4. Veiligheid en (blessure)preventie.
  5. Reglementen.
  6. Navigatie.
  7. Vaarproblematiek grote schepen.
  8. Vlagvoering en jachtetiquette.
  9. Stabiliteit.
  10. Voortstuwende en remmende krachten.
  11. Ankergerei.
  12. Het herkennen en kunnen benoemen van de meest voorkomende scheepssoorten in het eigen vaargebied.

 


Oorkonde Gevorderd, voor de koning
Je kan alles met de boot. Totale controle, je kan de standaard van het zeilen weer loslaten. Een week lang alleen maar mooie dingen doen. Indien het diploma gehaald wordt, dit is echter voor weinigen weggelegd, wordt een plaats in de Hall of Fame verworven. Eeuwige roem op de zeilschool.

Exameneisen zeilvaardigheid

  1. Aanslaan van de zeilen en het schip zeilklaar maken.
  2. Verhalen van het schip.
  3. Hijsen en strijken van de zeilen.
  4. Reven met bindrif of rolrif.
  5. Afvaren van hoger wal.
  6. Stand en bediening van de zeilen.
  7. Overstag gaan.
  8. Aanlopen van een bovenwinds gelegen punt.
  9. Opkruisen in nauw vaarwater.
  10. Gijpen en gijpen kunnen mijden door middel van overstag gaan.
  11. Aankomen aan hoger wal.
  12. Schip afmeren.
  13. Man over boord.
  14. Ankeren en anker op gaan.
  15. Aanlopen van een ligplaats aan lager wal.
  16. Wegkomen van een ligplaats aan lager wal.
  17. Loskomen van aan de grond.
  18. Toepassing Binnenvaart Politie Reglement.
  19. Aanvaringspeiling (achtergrondspeiling).
  20. Zeil- en scheepstrim.
  21. Terminologie.
  22. Slepen, gesleept worden en formeren van een sleep.
  23. Varen met behulp van (buitenboord)motor.
  24. Schiemannen.

Exameneisen theorie

  1. Schiemanswerk.
  2. Zeiltermen.
  3. Onderdelen.
  4. Veiligheid.
  5. Reglementen.
  6. Krachten op het schip en hun gevolgen.
  7. Gedragsregels.
  8. Weersinvloeden.
  9. Herkennen van scheepstypes.
  10. Onderhoud en verhelpen averij.
  11. Reefsystemen.
  12. Vaarproblematiek andersoortige schepen.
  13. Wedstrijdzeilen.
  14. Navigatie.
  15. Ankergerei.
  16. Scheepsbouw, materialen.
  17. Theoretische kennis manoeuvres.